Jan Jambon
Onlusten in Brusselse wijken PDF Print Email

Interpellatie van de heer Jan Jambon tot de minister van Binnenlandse Zaken over "de recente onlusten in verschillende Brusselse gemeenten" (nr. 361)

 

Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik wil mij aansluiten bij de eerste opmerking van de heer Laeremans dat het aberrant is dat wij pas eind september voor de eerste keer met deze commissie samenkomen. Wij krijgen pas eind september de gelegenheid om in deze ontaarde situatie in Brussel de vinger aan de pols te kunnen houden.

 

Le président: Il est difficile de faire plus vite. Nous sommes à peine six jours plus tard et la Conférence des présidents du 22 septembre 2009, à laquelle participait d'ailleurs M. Laeremans, a décidé de la date d'aujourd'hui. En bon serviteur du président et de la Conférence des présidents, je me suis donc exécuté! Il était utile d'ajouter cette précision. Monsieur Jambon, vous avez la parole.

 

Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik ben geëmotioneerd door uw alertheid in deze zaak, maar wij zullen in ieder geval in de Conferentie van voorzitters een voorstel indienen om het parlementair reces ernstig in te korten, want het loopt de spuigaten uit.

 

Mevrouw de minister, ik ben in de afgelopen weken, vanaf het moment dat de rellen feller toenamen, gaan spreken met de mensen die voor uw diensten werken op het terrein. Een en ander gebeurt daar toch wel enigszins anders dan volgens de officiële versie van de feiten, zeker dan wat het relaas in de pers soms laat vermoeden.

 

Ik wil in mijn interpellatie niet zozeer een hele reeks feiten over de allochtonen geven. Die zijn gekend. De heer Laeremans heeft daar de vinger aan de pols gelegd. Ik wil spreken over de schrijnende situatie van de mensen die het werk moeten doen op het terrein, die daar in de frontlinie moeten staan.

 

Ik wil een aantal elementen overlopen.

 

Ten eerste, de situatie loopt natuurlijk al veel langer uit de hand en wat die mensen meemaken, duurt al veel langer dan de rellen van september.

 

Ik ga zuiver exemplarisch een feit weergeven, dat dateert van 1 mei 2009. ’s Nachts, na een feestje, gaat een vrouwelijk inspecteur van de zone Brussel-West met een kennis te voet naar huis. Zij wordt in de Stationsstraat in Overijse omsingeld door negen jongeren van Noord-Afrikaanse origine. Zij beginnen de dame in kwestie onmiddellijk te bedreigen: “We leven in een mannenwereld. U zult eens leren hoe het daar is. Sal flic. Tu vas ramasser.” Die jongeren zijn niet gemaskerd – dat is blijkbaar niet noodzakelijk – en zijn schijnbaar tussen 20 en 25 jaar. De inspecteur is natuurlijk niet gewapend. Zij komt van een feestje. Ze wordt aangevallen. De kennis wordt door een aantal bendeleden opzij geduwd. De inspecteur wordt tegen de muur gezet, aan het haar getrokken en haar handen worden op de rug gehouden. Haar hoofd wordt tegen de muur gebonkt tot ze tegen de grond valt en het bewustzijn verliest. De kennis, die wordt tegengehouden, kijkt machteloos toe hoe zij op hoofd en benen wordt gestampt. Door het tumult komen een aantal mensen uit de buurt naderbij, waardoor de jongeren op de vlucht slaan. Een ploeg van de lokale politie Druivenstreek passeert toevallig en stopt. Een van de daders is op dat moment nog in het zicht en wordt door de mensen in de buurt aangegeven als een van de daders. De ploeg gaat echter niet over tot interceptie en blijft bij het slachtoffer. Het slachtoffer wordt dan overgebracht naar Saint-Luc in Woluwe. De diagnose luidt: twee blauwe ogen, zware hersenschudding, gescheurde milt, spierscheuren in dijbeen en in kuiten, achterste kruisbanden gescheurd, evenals de achillespees, knieschijf verplaatst en kapselscheur in de knie.

 

Het syndicaat is dan moeten tussenkomen om dat voorval als een arbeidsongeval te laten erkennen. Het slachtoffer is drie maanden werkonbekwaam geweest en krijgt tientallen behandelingen bij de kinesist.

 

In informant uit de zone B-West hoort op café – ik denk dat dit inderdaad de werkplaats van dergelijke informanten moet zijn – hoe die jongeren opscheppen hoe ze die flik ineen hebben geslagen. Zonder scrupules wordt letterlijk tot in detail beschreven wat er is gebeurd. Tot op heden zijn er in deze zaak echter geen arrestaties gebeurd, mevrouw de minister.

 

Een tweede feit, daterend van 27 augustus, om te illustreren in welke toestand onze mensen daar moeten werken. Om 20 uur wil de (SAR) een voertuig controleren in de Maritiemwijk Picard. Onmiddellijk worden ze omsingeld door een groep allochtonen. Ze worden bekogeld met stenen. De agenten anticiperen met de (familial) – dat blijkt een grote bus pepperspray te zijn – om de aanvallers op afstand te houden.

 

Een van de allochtonen die door de pepperspray was geraakt, neemt plots zijn dochtertje van twee op de arm om zich te beschermen tegen de pepperspray, waardoor dat kind ook door die pepperspray wordt bevangen. Daardoor wordt dat kind als slachtoffer opgevoerd, wat tot een gigantische rel leidt. De ploeg vraagt dringend bijstand.

 

Twee voertuigen van de bijstand worden aangevallen waarbij de voorruiten sneuvelen. Op bevel van de officiers trekt men zich terug omdat het te gevaarlijk wordt. Wij gaan dus op de loop voor bendes die onze eigen mensen aanvallen.

 

Vervolgens komt die bende naar het commissariaat Graaf Van Vlaanderen, waar opnieuw een rel ontstaat. Twee personen worden dan opgepakt, waaronder de vader van dat meisje. Gevolg: om 23 uur wordt brand gesticht in de Ribaucourtstraat 135. Dat is een blok met lofts waar voornamelijk Vlamingen wonen. Allochtonen klimmen over de hekkens en stichten brand in de voertuigen die daar staan.

 

De brandweer komt ter plaatse, maar wordt ook aangevallen en moet onverrichter zake afdruipen. Die avond is er in Brugge een voetbalmatch voor de Euroleague-kwalificatie. U zult vragen wat dat ermee te maken heeft. Een peloton uit Brussel dat op de terugweg was, wordt naar de Ribaucourtstraat gehaald, samen met een waterkanon. Sindsdien weigert de dienst 100 nog uit te rijden zonder begeleiding van politie. Dat is de situatie waarin de mensen vandaag in die zone hun job moeten doen.

 

Als er zo'n oorlogstoestand is dan mag men er toch op rekenen dat mensen goed worden omkaderd en beschikken over adequate middelen om hun job te doen. Ook daar weer: niets is minder waar! Ik zou daarvan graag een aantal voorbeelden geven. Het gaat mij over het commissariaat Graaf van Vlaanderen. De agenten die daar worden tewerkgesteld, hebben een gratis parkeerplaats in een ondergrondse parking aan de Fernand Brunfautstraat. In die straat ligt een pleintje op wandelafstand van het commissariaat. Op dat pleintje is de bende van Brunfaut gevestigd. Die bende is heel goed herkenbaar want daar zit de enige rosse Marokkaan in die men in Molenbeek kan terugvinden. Om dat allemaal terug te vinden, moet niet zo moeilijk zijn.

 

Hoe gebeurt het fysiek? Men moet dat meemaken. We zijn anno 2009 in de hoofdstad van Europa. Die mensen plaatsen hun wagen in die ondergrondse parking en zij bellen dan op het commissariaat agenten, de hondenbrigade of de SAR op om hen te escorteren van hun parkeerplaats naar het commissariaat. Dit gebeurt anno 2009 in de hoofdstad van Europa. Dit is toegestaan door de korpsleiding, behalve als die mensen op interventie zijn. Bij hevige regenval loopt die parking onder en is ze onbruikbaar. Die agenten moeten dan parkeren in de buurt. Systematisch worden hun banden platgezet, wordt het voertuig bekrast of wordt het raam ingegooid. Vanuit de zone gebeurt daarvoor geen enkele tussenkomst. Aan het einde van de dienst wachten de collega's elkaar op om samen naar de parking te gaan. U zult misschien zeggen dat dit goed is voor de teambuilding. In dergelijke situaties zijn al meerdere agenten aangevallen.

 

De bezetting van de zone. De heer Laeremans heeft het al even aangehaald, maar ik wil er toch eens een aantal concrete cijfers tegenaan gooien. Wij spreken over de zone Brussel-West die vijf gemeenten telt. Vier jaar geleden reden er gemiddeld per shift acht à tien ploegen rond. Nu zijn er dat drie, maximum vijf. Dat is een halvering van de effectieven op het terrein. Het is de bedoeling een hele hoop camera's te installeren, maar niemand weet of ze werken en bekeken worden. De agenten op het terrein ondervinden in elk geval niets van de installatie van die camera's. Wanneer er feiten worden waargenomen, wil dat helemaal niet zeggen dat de ploegen mogen uitrijden. Vaak gebeurt dit niet uit vrees voor nieuwe rellen of omwille van onvoldoende capaciteit om te intercepteren.

 

Er zijn – dat is algemeen geweten – voor die zone weinig kandidaten. Als zij er zijn, worden zij vaak niet aanvaard. Vaak wordt meegegeven dat zij niet competent zijn. Zij komen nochtans uit de politieschool. Ik versta eronder dat er geen geld is om mensen aan te werven.

 

Volgens het organigram, mevrouw de minister, zijn er in die zone acht brigades die telkens 20 tot 25 man moeten tellen. In de huidige praktijk zijn het er ongeveer 15. Er is dus een systematische onderbezetting.

 

Dan is er het materiaal waarmee die mensen moeten werken, in een oorlogssituatie. Er zijn niet voldoende kogelvrije vesten voor iedereen. Geen geld! Molenbeek zit met 4,3 miljoen schulden. Er wordt beknibbeld op materiaal.

 

Ingeval van overuren van de mensen heeft de ploeg die opkomt geen voertuigen ter beschikking, wegens het aantal beschadigde voertuigen. Daardoor moet die ploeg soms een uur wachten, of langer, vooraleer te kunnen vertrekken op patrouille.

 

Er is geen collectieve bewapening, in de zin van MP5’s of dergelijke, ernstige bewapening om zich in die omstandigheden te kunnen verdedigen. De agenten hebben wel training voor die wapens gekregen, maar zij kunnen er niet over beschikken. Het dient alleen voor het geval dat zij dergelijke wapens moeten afnemen. Hun tegenstrevers beschikken wel over die bewapening en zij hebben niets dat er tegenover staat.

 

Ondertussen beschikt de korpsleiding wel over de nieuwste wagens en het beste materiaal. U kunt zich voorstellen dat zich daardoor een agressieve sfeer manifesteert bij de agenten op de straat.

 

Le président: Il faudrait conclure, monsieur Jambon!

 

Jan Jambon (N-VA): Ik ga mijn betoog bijna afsluiten. Mijnheer de voorzitter, wij hebben weken moeten wachten op dit debat…

 

Le président: Vous avez une interpellation jointe qui dure normalement 5 minutes. Cela fait un quart d’heure que vous vous exprimez. Si tout le monde respectait le Règlement comme vous! D’autant plus que votre interpellation de départ que j'ai sous les yeux ne me laissait pas penser qu'il en irait ainsi. Il y avait deux lignes dans le texte que vous avez déposé. Parfois on a des difficultés à savoir où vous allez atterir. Cela ne me pose pas de problèmes que vous exposiez des détails très concrets mais vous en aviez moins en déposant cette interpellation extrêmement importante. Essayez d’atterir!

 

Jan Jambon (N-VA): Goed, ik ga verder.

 

Le président: Je vous en remercie.

 

Jan Jambon (N-VA): Mevrouw de minister, de mensen op het terrein voelen zich niet gesteund door hun eigen korpsoversten. Dat is vaak op instigatie van de politiek. Ik moet wel zeggen: de lokale politiek. In het geval van Molenbeek – dat is meer dan bekend – heerst het gedoogbeleid van burgemeester Moureaux.

 

Een laatste feitelijkheid die ik naar voren wil brengen, zijn de persoonlijke bedreigingen die de mensen op het terrein krijgen. Dat heeft mij gefrappeerd. Ik heb het gezien. Ik heb begrepen dat u vanmiddag een bezoek aan het terrein brengt. U moet eens vragen, mevrouw, die teksten te mogen zien. Op de muren in welbepaalde wijken worden via graffiti beledigingen en bedreigingen geuit aan het adres van welbepaalde agenten. Met naam en toenaam!

 

Die staan daar op de muurkranten, daar staat wie de agenten zijn die daar lokaal opereren. Vaak zijn de namen wel niet correct geschreven maar dat is een bijzaak. Op Youtube circuleren filmpjes met hiphopmuziek en beelden van agenten die controles aan het uitvoeren zijn. Men kan daar dus zijn slachtoffer uitkiezen. Die mensen lopen op het terrein allemaal rond met naamplaatjes, verplicht, zodat men kan aflezen met wie men in feite te doen heeft. Er wordt gesproken over no go-zones. Dat wordt van alle kanten ontkend maar ik weet van de mensen op het terrein dat er officieuze no go-zones zijn. Dat zult u nergens officieel terugvinden maar zij mogen niet meer binnen in Kuregem, Place St Antoine en St Gilles, Place Albert I in St Gilles, de Maritieme Wijk in Molenbeek en Zwarte Vijvers. Dat zijn officieuze no go-zones.

 

Mevrouw, ik kom tot mijn vragen. U gaat deze namiddag op het terrein. Ik hoop dat u zult vragen een bezoek te mogen brengen aan die officieuze no go-zones. Vraag alstublieft dat men u die muurkranten, die graffiti, toont. Men zal dat met heel veel plezier doen. Ten tweede, wanneer werd u op de hoogte gesteld van de dreigende situatie? Er is altijd gezegd dat dit naar het einde van de ramadan toe zou gebeuren. Het heeft zich dit keer veel vroeger voorgedaan. Wanneer werd het ministerie van Binnenlandse Zaken op de hoogte gesteld? Ten derde, wordt het geen tijd dat we de procedures, de wetgeving of weet ik veel wat gaan herzien wanneer lokale burgemeesters manifest in de fout gaan zoals de heer Moureaux in Molenbeek? Kunnen wij ons blijven verschuilen achter slechte afspraken, achter slechte wetgeving om te zeggen dat we wel zien dat er op het terrein versterking moet komen maar dat we van de lokale potentaat die niet bekwaam is om daar orde op zaken te stellen geen toelating krijgen om in te grijpen? Hoe lang gaan wij dat hier blijven aanzien? Volgende vraag. Wordt het niet hoog tijd om een speciale eenheid op te richten binnen de federale politie om in te grijpen in dergelijke situaties? We hebben het nu over de zware feiten en over de harde repressie die daar voor mij moet gebeuren. Repressie is echter geen oplossing. Repressie is nu noodzakelijk, we moeten dat doen, maar welke plannen hebt u daarnaast om de zaken daar lokaal fundamenteel aan te pakken? De heer Laeremans heeft gewezen op het snelrecht. Ik heb dezelfde vraag. Zijn er contacten vanuit Binnenlandse Zaken? Zijn er binnen de regering plannen om nu eindelijk werk te maken van snelrecht? De karikatuur is een feit. Mensen zitten de dossiers nog in te vullen en zien de jongeren al over de straat lopen na de feiten. Pas maanden later krijgt dat enig gevolg. Ten slotte en heel concreet, zou u de naamplaatjes van die mensen niet laten vervangen door een nummer of iets anders? Het is toch aberrant dat men die mensen zomaar kan gaan zoeken om hen de benen te breken en de borstkas in te slaan.

 

Le président: Étant en commission de la Justice, Mme Nyssens n'a pu nous rejoindre. Je clos donc la liste des interventions et je donne la parole à Mme la ministre.

 

Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, er zijn heel veel analyses gemaakt in de vragen. Ik ga mij in mijn antwoord vooral concentreren op de oplossingen die er zijn en er moeten zijn.

 

De analyses zijn nuttig. Ik heb ook heel veel terreinbezoeken. Mijnheer Jambon, u hebt er naar verwezen. Ik moet wel zeggen dat mijn bezoek vanmiddag bij de spoorwegpolitie is en niet bij de lokale politie. U moet dus iets beter ingelicht zijn. Het is echter uiteraard ook wel op het terrein in Brussel.

 

Tijdens de rellen in Molenbeek was ik ook op terreinbezoek bij de politie van Limburg in verband met een actie rond de rondtrekkende daderbendes. Ik ben daar minuut na minuut telefonisch in contact gebleven met hetgeen er op dat ogenblik gebeurde in Molenbeek.

 

Voorafgaand moet ik wel zeggen dat hetgeen gebeurt rond het kalasjnikovincident en hetgeen in Anderlecht is gebeurd eind augustus het voorwerp is van een gerechtelijk onderzoek. Ik moet daar dus verwijzen naar mijn collega van Justitie.

 

In verband met de rellen in Molenbeek op 18 september, ik heb het de voorbije dagen meermaals gezegd en blijf dat ook zeggen, die rellen zijn ontstaan naar aanleiding van een politieoptreden. Dat wil zeggen dat dit net het bewijs is dat wij het terrein niet opgeven. Er zijn de 15 vzw’s die deel uitmaken van een onderzoek, waar de facto drugs gedeald werden. Er was een afspraak tussen justitie en de politie om die vzw’s te sluiten in die zone. Dat heeft er net voor gezorgd dat die rellen ontstaan zijn. Gemakkelijkheidhalve zou men kunnen zeggen, als ik geen rellen wil, trek ik mij terug van het terrein. Dan zouden wij die vzw’s niet gesloten hebben.

 

Mijnheer Laeremans, ik heb u laten uitspreken. Nogmaals, ik ga een klein beetje analyse doen en veel over oplossingen spreken.

 

Ik geef dat voorbeeld steeds om aan te tonen dat wij het terrein niet opgeven. Als men het terrein op korte termijn zou opgeven, dan zou men bepaalde acties niet doen. Kijk maar in de krant vandaag, over de grote actie die gebeurd is in de Stalingradwijk. Dat was net hetzelfde. Er was overlast. Er was heel wat kleine criminaliteit. Er is samenwerking geweest tussen verschillende diensten op het terrein om te zeggen tegen de mensen die daar op die manier ageren dat wij dat niet accepteren. Ik ben ervan overtuigd dat dit de manier is waarop wij de komende weken, maanden en misschien wel jaren zullen moeten verder werken om de problematiek in bepaalde wijken verder op het goede spoor te trekken.

 

Ik kijk dan naar die rellen met die 15 vzw’s, die in Molenbeek zijn begonnen. Het is begonnen op het moment dat men een minderjarige naar het politiebureau heeft gebracht. Dat politiebureau werd dan nadien aangevallen door familieleden of vermeende familieleden, dat wil ik nu in het midden laten. Op dat ogenblik zit men natuurlijk in een situatie dat men een regelrechte aanval heeft op het politiekantoor.

 

Ook vanuit de politieke overheden werden analyses gemaakt. Ik wens niet te gaan spitten, geen analyses te maken uit het verleden want dat brengt mij vandaag, noch voor mijn politiemensen, noch voor de mensen die er wonen geen stap verder.

 

Wat hebben we dan gedaan de avond zelf? We hebben snel gereageerd, zoals dat ook hoort. Gelukkig hebben wij in ons land een zeer flexibele politie-eenheid, die zich snel kan organiseren wanneer zich ergens onverwacht rellen voordoen. Lokale autoriteiten hebben onmiddellijk gedetecteerd dat een aanval op een politiekantoor een bijzonder ernstige situatie is. Er is onmiddellijk versterking gekomen van Brussel, maar er is ook onmiddellijk versterking gekomen vanuit Mechelen en Brugge. Bij de politieactie rond die rondtrekkende daderbendes in Limburg zou er normaal gezien ook een politiehelikopter zijn ter ondersteuning van de zones daar. Doch, die politiehelikopter was er meer nodig in Molenbeek. De politiehelikopter was op dat ogenblik dus niet in Limburg, maar is onmiddellijk naar Molenbeek getrokken omdat het daar veel dringender was.

 

Ik werd ook constant op de hoogte gehouden. Het materiaal en de manschappen ter plaatse waren voldoende in aantal na 22 uur en tegen 2 uur was de rust volledig teruggekeerd. Dus ook daar was er opnieuw geen sprake van een capitulatie, integendeel, een grote flexibiliteit, snel versterking op het terrein, finale bezetting van het terrein na stevig, maar professioneel politiewerk, waar ik alle politiemensen van de lokale politie van de omliggende zones, maar ook van de federale politie, uitdrukkelijk voor wil bedanken.

 

In totaal zijn er tussen 27 augustus en 17 september een vijftiental politieagenten lichtgewond geraakt. De vragen die er zijn naar de materiële schade kan ik op dit ogenblik niet beantwoorden omdat ik er geen zicht op heb.

 

Dat is voor wat er de avond zelf is gebeurd en hoe wij onmiddellijk gereageerd hebben.

 

Wat hebben wij de volgende dag en de dagen erna gedaan en daar zijn wij nu nog steeds mee bezig. Wij hebben uiteraard onmiddellijk contact gehad met de burgemeester. Wij hebben onmiddellijk een overeenkomst gemaakt over de versterking die nodig was en iedereen rond tafel gebracht voor die komende dagen. Dus niet alleen die donderdagavond ter versterking, maar ook vrijdag, zaterdag, zondag omdat wij met een samenloop van omstandigheden zaten. Er was het einde van de ramadan, het was mooi weer, het was een autoloze zondag en er was ook een risicomatch in de buurt Anderlecht – AA Gent. Wij hebben die avond zelf het terrein niet prijsgegeven, wij hebben gedaan wat wij moesten doen en wat hoort bij een goed, flexibel, modern politiekorps. Wij hebben de versterking geboden die wij nodig hadden bij onverwachte situaties. Op vrijdag, zaterdag en zondag was er ook voldoende politiemacht op het terrein aanwezig om het juiste signaal te geven dat op dat ogenblik ook nodig was. Het resultaat was een zero tolerance op straat. Op vrijdag alleen al waren er 45 arrestaties. De burgemeester heeft onmiddellijk in samenwerking met ons alle festiviteiten voor het einde van de ramadan afgelast om de straten vrij te houden en om op die manier ervoor te zorgen dat de politiecapaciteit die werd gevraagd ook werd ingezet voor hetgeen waarvoor het op dat ogenblik nodig was, namelijk de rust te laten terugkeren en geen enkele twijfel laten bestaan over het signaal dat er op dat ogenblik moets worden gegeven.

 

Ook hier weer een politie die niet wijkt, maar een politie die strijdt, die present is en die het terrein bezet. Sommigen hebben al verwezen naar de persconferentie die ik samen met burgemeester Moureaux heb gehouden. Daaruit blijkt de samenwerking die nodig was tussen de verschillende autoriteiten.

 

Waarmee zijn wij nu bezig? Wat hebben wij gedaan de avond zelf en de dagen daarna? Wat is de aanpak op lange termijn?

 

Ik ben ervan overtuigd dat er repressie moet zijn waar ze nodig is. Wij hebben dat ook gedaan op de avond zelf en de dagen daarna. Ik ben er ook van overtuigd dat alleen repressie op lange termijn niet helpt. Het is nodig, men moet aanwezig zijn en het terrein bezetten, maar er moeten ook andere zaken gebeuren.

 

Wat hebben wij dan onmiddellijk gedaan? Op maandag is er een vergadering geweest met de technici van justitie en politie om structurele problemen in kaart te brengen. Aanwezig waren de zonechefs, de DirCo, de DirJu, mensen van het kabinet Justitie, het parket was aanwezig evenals iemand van het kabinet van Justitie en het kabinet van Charles Piqué. Op die manier waren de mensen aanwezig die volgens ons nodig waren om het probleem structureel te bekijken en tegelijkertijd op het politieke vlak voortdurend overleg te plegen met de bevoegde autoriteiten.

 

Welke potentiële acties zijn daar aan bod gekomen, waaraan wij momenteel werken?

 

Ten eerste, een intensievere aanpak van specifieke criminaliteit zoals drugs en autozwendel in probleemwijken. Het is daarbij de bedoeling om zichtbare acties te doen die een onmiddellijke impact hebben op harde kernen. Ik verwijs naar de actie die eergisteren in de Stalingradwijk in dat kader is gebeurd.

 

Ten tweede, een snellere opvolging door het parket, waarmee de samenwerking volgens de politiemensen op het terrein beter is dan de verhalen die men daarover soms verspreid.

 

De vraag was of ik voor een snelrecht ben. Ja, ik zal de minister van Justitie ondersteunen. Dat behoort tot zijn bevoegdheid, maar mijn steun zal hij hebben als hij dat snelrecht wil installeren. Opnieuw, voor de concrete timing daarvan moet ik u naar hem verwijzen, maar mijn antwoord is daarop zeer duidelijk.

 

Ten derde, een inrichting van een verzamelplaats voor massale arrestaties met een capaciteit van 150 mensen. Die capaciteit komt er binnen het justitiepaleis. Onze administratie gaat ook na welke andere plaatsen daarvoor nog in aanmerking komen.

 

Ten vierde, steun aan en erkenning van het moeilijke werk dat de politiemensen in de wijken doen. Er moet specifieke begeleiding zijn en smaad ten opzichte van de politie moet ernstiger worden genomen. Daarvoor moet er een betere samenwerking met Justitie komen, zodat de politiemensen op het terrein zich ook gesteund voelen.

 

Ten vijfde, een verbetering van de informatiepositie van de politie in heel Brussel. Wat moet er juist gebeuren? Waarom? Hoe? Wie doet het? In dit geval gaat het om criminelen die een prikkelbare, kwetsbare jeugd omkopen en ophitsen om zo rustig aan de slag te kunnen gaan in hun gebied en op die manier zogenaamde no-gozones te installeren. Ik denk dat de politie de voorbije dagen heeft getoond dat zij die zones niet zal tolereren. Kijk wat er is gebeurd in Molenbeek, kijk naar de Stalingradwijk en kijk naar de acties die op dit moment gebeuren. Opnieuw repressie waar nodig is, maar op termijn zal er ook een bredere aanpak moeten komen.

 

Ten zesde, een versterking van de operationele politiereserve in de hoofdstad. Het gaat om een versterking met vijftig goed getrainde mensen, die onmiddellijk, accuraat en permanent inzetbaar zijn. Met het oog op het Europese voorzitterschap, zijn we al in juli of augustus gestart met de hervorming van ons interventiekorps en we gaan dat nu versnellen.

 

Daarnaast waren wij al bezig met een ontwerp, waarmee we tegen het einde van het jaar naar het Parlement hopen te komen. Dat is dus niet uit het overleg gekomen. Het gaat om vragen naar één politiezone. We zijn op dit ogenblik bezig met een wetsontwerp dat de vrijwillige fusie van politiezones mogelijk maakt. De onderhandelingen zijn daarover al een tijdje aan de gang. Wij hopen dat we die zo snel mogelijk kunnen afronden en dat we daarmee tegen het einde van jaar naar het Parlement kunnen komen, zodat we ook aan de zones de mogelijkheid kunnen geven om op vrijwillige basis te fusioneren.

 

Tot daar de operationele aanpak. Het gaat om zes punten en een zevende punt, waarmee we al bezig waren. Het zijn zes heel concrete punten. Het is niet de bedoeling om oeverloze werkgroepen te hebben, maar om telkens op het terrein te kijken wat er kan gebeuren om versterking te geven waar nodig, in een zeer goede samenwerking.

 

Vergeet één zaak niet. De heer Jambon heeft er terecht naar verwezen. Er is de problematiek van de lokale politie, die natuurlijk onder de lokale burgemeester valt en er is de problematiek van de versterking en ondersteuning die de federale politie kan geven aan de lokale politiezones. Ik wil hier beklemtonen dat ik respect heb voor de democratie in ons land en dat de lokale politie dus ook onder een lokale autoriteit en een lokale, democratisch verkozen politieraad valt.

 

Daarnaast is ook preventie belangrijk. Wij hebben gisteren bij ons op het kabinet een eerste vergadering gehad met de preventiewerkers om ook daar te kunnen vaststellen dat de problematiek niet alleen politioneel en justitieel is. Samenlevingsproblemen kan men immers niet alleen met waterkanonnen oplossen. Men moet deze instrumenten op sommige momenten misschien wel inzetten, maar er zal op het terrein dieper moeten worden gewerkt om te kijken wat er bestaat aan preventieprojecten, op welke manier die beter op mekaar kunnen worden afgestemd en op welke manier ze beter kunnen worden afgestemd op het werk dat de politie. Bovendien moet worden bekeken hoe ervoor kan worden gezorgd dat de politie exact weet welke budgetten er zijn en waarvoor zij worden gebruikt. Samen met de lokale autoriteiten en het Brusselse Gewest moet worden bekeken hoe die preventieprojecten kunnen worden geheroriënteerd, bijgestuurd of geoptimaliseerd in het kader van het werk dat door politie en justitie gebeurt. Uiteraard kan ik ter zake een overkoepelende taak uitvoeren, maar ook dit zal in samenwerking moeten gebeuren.

 

Versterking van de lokale politie. Er zijn daarover een aantal vragen gesteld.

 

Je puis vous dire que le corps de police locale des zones Midi-Anderlecht et Ouest-Molenbeek ont reçu un appui massif pendant ces événements. L'appui réciproque entre les zones de police bruxelloises et d'autres corps de police locale via le système de l'ICAP, renforcé par le corps d'intervention et par des moyens spécialisés de la police fédérale a bien fonctionné: hélicoptères, arroseuses, véhicules cellulaires, véhicules de transport de troupes, équipes canines, équipes d'arrestation, équipes chargées des preuves ont été mis à disposition.

 

Ainsi, entre le 28 août et le 14 septembre 2009, plus de 300 policiers de la police fédérale et d'autres zones de police ont été engagés en renfort. D'ailleurs, nous fournissons déjà, à l'heure actuelle, un appui par des détachés venant du fédéral: 36 détachés vers la zone Bruxelles-Ixelles, 29 vers la zone Ouest, 25 vers la zone Midi et 15 vers la zone Nord.

 

En fin de semaine, je rencontrerai les bourgmestres pour examiner comment la mise en œuvre des services de police peut être améliorée. Dans le futur, il faudra également réfléchir à une réduction des tâches policières qui ne relèvent pas du 'core business' de la police. Je pense notamment à la charge administrative de la signification des exploits d'huissier en matière pénale.

 

Ik moet zeggen dat ter zake wetsvoorstellen zijn ingediend in het Parlement. Het vraagt immers een aanzienlijke capaciteit van de lokale politie.

 

Je pense aussi aux arrêts de travail fréquents et inopinés du personnel pénitentiaire. Ici, je préconise le concept d'un service minimal, comme il en existe un au sein de la police.

 

Le corps d'intervention accomplit encore à l'heure actuelle des tâches qui relèvent du corps de la sécurité de la justice.

 

Op dit ogenblik zijn er nog vele federale politieagenten die daar werken, niet om de bewaking van gevaarlijke gevangenen te doen maar gewoon voor de loutere begeleiding van punt A naar punt B. Het gaat hier niet om gevallen als bijvoorbeeld het proces-Habran, waar de federale politie de begeleiding van A tot Z heeft gedaan en waar er een sterke bewaking was. Hier gaat het om de inzet van een politiemacht voor een loutere fysieke overbrenging waar geen gevaren bij zijn.

 

Une concertation sera menée avec les responsables de la prévention afin d'examiner la manière dont ils peuvent contribuer à la pacification des quartiers concernés. Je tiens à encourager les initiatives des autorités locales qui visent une synergie maximale entre les efforts fournis par les services de police, en particulier les agents de quartiers, et l'apport d'autres partenaires dans le domaine de la sécurité comme les pompiers, les services ambulanciers et les travailleurs de rue.

 

À plus long terme, je souhaite aussi examiner de quelle façon la diversité au sein du personnel de la police peut encore être enrichie, par exemple via un recrutement dans les quartiers de Molenbeek. Ce ne sera pas aisé mais c'est nécessaire.

 

Wij merken daar dat wij het tijdelijk zeer moeilijk hebben mensen uit de lokale wijken te motiveren en te doen slagen voor politie-examens.

 

Lors de telles interventions, les jeunes ressentent l'engagement d'importantes forces policières comme une atteinte raciste. Des policiers qui ont leurs racines dans ces quartiers peuvent représenter une plus-value.

 

J'insiste aussi sur le fait que les émeutes sont liées à de profonds problèmes sociétaux. Je distingue trois axes: les parents, l'enseignement et l'emploi.

 

Madame Nyssens n'est pas présente aujourd'hui mais je vais quand même vous communiquer ma réponse à ses questions. Il va de soi qu'en ce qui concerne le maintien de l'ordre public lors de notre présidence de la Commission européenne, il faudra mobiliser toutes les capacités possibles. Les responsables s'y attèlent.

 

Mijnheer de voorzitter, ik kom aan mijn conclusie. Ik ga eens kijken op mijn blad of er nog bepaalde zaken zijn die ik heb overgeslagen en die ik heb gehoord.

 

Ik heb gesproken over een wetsontwerp en over het snelrecht. Over de staking in Molenbeek zou ik toch willen zeggen dat het een staking is geweest van één dag, één staking van één dag. Op een bepaald ogenblik heeft men daar terug een akkoord gevonden met de lokale overheden om een antwoord te vinden.

 

Concluderend zou ik het volgende willen zeggen. De politie bezet het terrein, ook al levert dat soms op korte termijn rellen op. Ik wil graag terugkomen naar het Parlement om uitleg te geven. Ik moet echter zeggen dat het een aanpak is op het terrein die soms rellen gaat uitlokken, maar die net toont dat men het terrein niet opgeeft.

 

Er is snel en accuraat gereageerd door de lokale politie met versterking van de andere politiezones en van de federale politie. Dat is gebeurd in een brede politieke consensus, maar ook in het besef, wat mij betreft, dat repressie nodig is, dat wij dat moeten doen, maar dat wij op termijn zullen moeten werken op andere assen. Dat zullen wij samen moeten doen. Repressie alleen zal dit probleem immers niet oplossen.

 

Ik heb de heel concrete punten aangehaald die op dit ogenblik op stapel staan, waaraan wij werken. Wij concentreren ons niet op analyses, maar vooral op oplossingen voor de problematiek, die een problematiek is die men vaak heeft, ook in andere Europese steden, maar die aantoont dat wij samen een concreet actieplan hebben om op die manier het hoofd te bieden aan wat er gebeurd is in Molenbeek en wat de komende weken misschien nog af en toe zal gebeuren.

 

 

Jan Jambon (N-VA): Mevrouw de minister, ik ben wel goed ingelicht over deze namiddag want de metropolitie behoort tot de spoorwegpolitie en de metropolitie is de enige politie die het ganse grondgebied van Brussel kan bestrijken. De metropolitie weet dus heel goed wat er op het terrein allemaal plaatsvindt. U zult deze namiddag waarschijnlijk heel nuttige informatie krijgen van die mensen.

 

U zegt dat het allemaal begonnen is op 27 augustus. In mijn betoog heb ik precies proberen aan te tonen dat het helemaal niet begonnen is op 27 augustus, dat het de druppel was die de emmer heeft doen overlopen. Lang daarvoor al waarschuwden de politiemensen voor de situatie op het terrein.

 

Mevrouw de minister, de situatie is heel ernstig. Dat heeft niets meer te maken met meerderheid-oppositie en die spelletjes moeten wij hier ook niet spelen. Ik heb geen enkel probleem om toe te geven dat op het moment dat de federale politie op het terrein gekomen is, er goed werk geleverd is. Ik heb daar geen enkele moeite mee om dat toe te geven.

 

Wat is mijn probleem dan wel, en daarop hebt u geen antwoord gegeven. U hebt volgens mij de middelen niet in handen om een onbekwaam lokaal potentaat te overrulen. Wij verdedigen hier allemaal de democratie, die is heel belangrijk, maar de democratie eindigt waar straatbendes de macht overnemen op straat. Daar is het gedaan met de democratie. Dat was – ik hoop niet is en zeker niet zal zijn – de situatie in Molenbeek. De democratie is aan zichzelf verplicht dat als de lokale democratie haar taak niet naar behoren kan vervullen, dat een hogere democratie of een hogere instantie kan ingrijpen om de situatie van law and order te herstellen. Wij moeten er misschien in deze commissie eens over nadenken hoe dat moet gebeuren, maar ik denk echt wel dat het moet gebeuren.

 

U stelt een heel aantal goede maatregelen voor. Kijk zeker ook eens de sloten van het justitiepaleis na vooraleer u er 100 tot 150 criminelen in zult steken.

 

Die vrijwillige fusie waarover u het hebt is voor mij een farce. Het is in Brussel precies het probleem dat die zes baronieën dat niet willen. De lokale potentaten willen dat behouden, zij vinden het nu al te groot. Zij zouden liever hun eigen politie hebben. Vrijwillige fusie of het mogelijk maken om vrijwillig te fusioneren is absoluut een slag in het water op het Brussels terrein. Landelijk, waar gemeenten proberen hun kosten te reduceren, zal dat wel enig effect hebben. In Brussel voorspel ik u dat het resultaat nul zal zijn.

 

Mevrouw de minister, u stelt in de commissie een structurele aanpak voor. Een aantal sprekers heeft er al op gewezen dat er een paar hiaten inzitten, maar daar kunnen we aan werken. Ik zou er wel voor willen pleiten om hier een maandelijkse opvolging te doen van de toestand van de implementatie van die zaken op het terrein. Waar staan wij? Waar situeren zich de problemen? Hoe kunnen wij die problemen oplossen? Op die manier kunnen wij die zaak ernstig ter harte nemen en er zeker voor zorgen dat de situatie die zich nu heeft voorgedaan zich in de toekomst niet meer zal herhalen.

 

Voor mij is het geen spel meerderheid-oppositie. Het is een situatie waarmee wij allemaal worden geconfronteerd, waar wij allemaal onze verantwoordelijkheid in moeten dragen.

 

U hebt onze steun wanneer u tenminste uw beleid in de goede richting stuurt.